2017, er gebeurde wel wat

VZW

Op 17 januari 2017 verschenen de statuten van ons project in het Belgisch Staatsblad en werd onze VZW een feit: ‘Een hart voor Bumba vzw’. Een aantal gemotiveerde vrijwilligers steken mee de handen uit de mouwen om het project vooruit te helpen.

 

Sterilisatie

Eén van onze artsen in Bumba, dokter Trésor, volgde in Kinshasa een aantal opleidingen voor oogheelkunde. Een degelijke sterilisator ontbreekt echter om van start te kunnen gaan. Er moet immers omzichtig omgegaan worden met het fijne instrumentarium. Bovendien is er sowieso nood om de dienst sterilisatie nieuw leven in te blazen. Hygiëne en steriliteit zijn uiteraard heel belangrijk voor, tijdens en na de ingrepen. In juni heeft de VZW een autoclaaf aangekocht en per boot naar Kinshasa laten vervoeren. Ondertussen is hij via de Congostroom op weg naar het ziekenhuis.

De bestaande ruimte wordt daar een stuk groter gemaakt, zodat er voldoende plaats is om op een professionele manier te werken. Er worden voldoende schappen aangebracht, zodat het materiaal deftig kan opgeborgen worden. De ruimte waar het (vuile) gebruikte materiaal uit de operatiezalen komt, wordt gescheiden van een ruimte waar de (propere) gesteriliseerde materialen worden ingepakt en bewaard.

Als alles goed gaat, vertrekt Bart Gabriel, hoofdverpleegkundige van het ziekenhuis Maria Middelares in Gent, mee op missie (april of mei) om een degelijke opleiding te geven aan het verplegend personeel. Samen met de sterilisator werd ongeveer 1.400 kg materiaal mee op de boot verzonden (monitor, sterilisatiemateriaal, maskers, handschoenen,… ). Kortom veel medisch/paramedisch materiaal dat in Bumba niet te verkrijgen is en waar ook geen centen voor zijn. Nogmaals dank aan de donateurs die dit materiaal gratis schonken én aan Bart voor alle extra inspanningen.

Missie oktober/november 2017

De onlusten in Kinshasa waren er de oorzaak van dat we in 2016 niet naar het project in Bumba konden gaan. Te gevaarlijk!

Maandag 23 oktober 2017 stonden we eindelijk klaar voor een nieuwe missie: Francesca van der Puijl, anesthesiste, en ik, spoedverpleegkundige, samen met Herman De Vriendt, algemeen chirurg.

We trokken heel wat aandacht op de perrons in Gent en Zaventem. Gepakt en gezakt, ieder met handbagage én elk 2 valiezen volgepropt met niet alleen ons (weinige) persoonlijke materiaal, maar ook medicatie en medisch materiaal voor Bumba. We namen ook heel wat kleding mee (waaronder heel wat sportkledij) om in Kinshasa af te geven aan pater Pol Feys, die dit materiaal verdeelt onder de armsten.

 

Een moeilijk vertrek

Naar Congo afreizen heeft altijd heel wat voeten in de aarde. Voor het aanvragen van het visum alleen al heb je telkens opnieuw 7 verschillende documenten nodig. Ik bespaar jullie de uitleg over de administratieve rompslomp. Hoe vroeg we ook de aanvraag in werking zetten, het is telkens weer een gevecht om alles tijdig in orde te krijgen. Wat vroeger een (klein) voordeel was om op ‘humanitaire missie’ te gaan, leek nu eerder een obstakel. Het was veiliger te vertellen dat we op familiebezoek gingen bij pater Carlos in plaats van te spreken over ons werk in het ziekenhuis. De Congolese autoriteiten werken ontmoedigend, het is allesbehalve simpel, noch goedkoop! Het is altijd een avontuur om naar en door Kinshasa te reizen. Deze keer was dit wel heel erg spannend.

Sinds begin 2017 zou er ‘een speciaal document om door Congo te reizen’ verplicht zijn. Dit kan enkel ter plaatse in Kinshasa aangevraagd worden, het neemt 24 uur in beslag om dit in orde te krijgen en kost 150 dollar. We hebben op voorhand alle mogelijke instanties aangeschreven, gebeld, bevraagd. Er kwamen voortdurend tegenstrijdige berichten. We hadden al heel wat documenten met stempels en handtekeningen van officiële instanties, maar bij Artsen Zonder Vakantie hadden ze andere ervaringen. We durfden het risico niet lopen een week vast te zitten in Kinshasa, want er is slechts 1 binnenlandse vlucht per week naar Bumba. Dus vertrokken we een dag vroeger dan voorzien, overbodig zo bleek, want enkel NGO’s hebben zo’n document nodig! En dat konden ze ons pas vertellen, toen we ter plekke waren! Een hoop frustraties én slapeloze nachten voor niets!

Doch alles heeft zijn positieve kanten. Herman kon afspreken met vrienden, Francesca en ik gebruikten die enige vrije dag om te ‘niksen’, we waren immers doodop vertrokken! Als toemaatje werden we ’s avonds uitgenodigd voor een heerlijk diner bij de ambassadeur van de Orde van het Kruis van Malta, met wie we tijdens onze eerste missie bevriend raakten. Het was een heerlijk weerzien en een zeer gezellige avond.

Op woensdagmorgen om 4.30 uur uit de veren, douchen en snel ontbijten om naar de luchthaven te vertrekken. Als je denkt dat er in België veel files zijn, het is in Kinshasa absoluut niet beter. Vanaf 5.30 uur was het stapvoets rijden! Een traject van 12 kilometer kost al snel anderhalf uur verkeersellende. De chaos om in te checken was onbeschrijflijk. Snikheet, een massa volk, weegschalen die in het voordeel van de douane spreken (bijbetalen per kg!), een heel lange wachttijd! Voor het eerst konden we rechtstreeks vliegen naar Bumba i.p.v. een dag te verliezen met 4 stops, 1 overstap waarbij de wachttijd naar Afrikaanse normen kan variëren van 1 tot 4 uur. Het vliegtuig(je) zat aardig vol, we waren bij de laatsten om in te checken, dus geen kans om vooraan te zitten en de vele luchtzakken en de turbulentie beter te verteren. Verstand op nul, kauwgom en aftellen dat het snel overgaat!

Een hartverwarmend onthaal

De luchthaven in Bumba bestaat uit een lange, niet geasfalteerde weg, een hekje om de toegang naar het vliegtuig af te sluiten en een klein open gebouwtje. Dit is het. Francesca was ervan overtuigd dat er een VIP op ons vliegtuig zat: zoveel volk dat er op wacht stond!

Die VIP bleek niemand minder dan wijzelf te zijn. Aan de trap van het vliegtuig stonden pater Carlos, de directrice van het ziekenhuis en beide artsen. Even verderop werden we door enkele studentjes verpleegkunde opgewacht met bloemen en werden we hartelijk verwelkomd. Dit was nog maar een begin, eens we het hek door waren werden we met applaus én gezang verrast door alle studenten van de verpleegstersschool en heel wat personeel van het ziekenhuis. Speech, bloemen, gezang, blije gezichten… Dat maakt sprakeloos en geeft natte ogen. Het was ontroerend en fijn iedereen terug te zien. Het leek alsof we niet weg geweest waren. We voelden ons onmiddellijk weer thuis.

Meteen aan de slag

Tijd verliezen en rusten stond niet in onze agenda! Onze chirurg was wel heel benieuwd. Zijn missie bij Artsen Zonder Vakantie was geannuleerd, waardoor hij vrij was met ons mee te gaan. Het was voor hem de 38ste keer dat hij in Congo zou opereren, hij heeft dus heel wat ervaring met het (ziekenhuis)leven in Congo.

Meteen na het middagmaal maakten we onze eerste ronde in het ziekenhuis. Daarna reden we door naar een klein centrum (annex aan het ziekenhuis) nog verder in de brousse. Het regenseizoen maakte de rit niet gemakkelijk, we moesten eenmaal uitstappen en bang kijken hoe onze chauffeur de auto netjes over de balken die het stroompje overbrugden laveerde. Eens aangekomen werden we meteen omringd door een massa vrolijke kinderen. Blanken zijn daar immers een curiosum. Na overleg met de verpleegkundige ter plaatse werden meteen een aantal patiënten opgetrommeld om onmiddellijk op consultatie te komen. Dokter Herman kon niet snel genoeg aan de slag! Wie het dringendst hulp nodig had, kreeg meteen een afspraak voor operatie in het ziekenhuis.

Donderdag, de eerste ‘echte’ werkdag!

We hadden vooraf gevraagd aan onze artsen, dokter Trésor en dokter Eugène, om via de radio en in de kerk te melden dat er een chirurg meekwam op missie. Donderdagmorgen zag je het bos door de bomen niet meer. Er kwamen maar liefst 100 patiënten op consultatie! Iedereen wou geholpen worden door ‘de blanke arts’. Een mensenmassa vulde het onthaal én de toegang buiten. Een hele klus om te triëren en de moeilijkste en ingewikkeldste operaties voorkeur te geven.

De eerste ingrepen werden gepland en al gauw bleek voor Francesca en mij dat we dagen te kort zouden komen om ons eigen programma uit te werken…
Francesca zou dokter Eugène opleiden om te leren werken met het nieuwe anesthesietoestel dat we vorig jaar aankochten. Dit leer je niet in één, twee, drie. Dokter Eugène hielp echter bij alle ingrepen, de bedoeling was uiteraard dat hij op chirurgisch vlak zoveel mogelijk bijleerde. Hij kon niet én aan de operatietafel staan én anesthesie aanleren. En onze chirurg had uiteraard onze anesthesiste nodig.

Francesca nam de opleiding voor het anesthesietoestel voor haar rekening én gaf les in de verpleegstersschool.

Ikzelf gaf opleiding aan de verpleegkundigen, nam de hele stock door (lees: alle materiaal dat we al verstuurd hadden controleren en ordenen, een hele klus)  én onderhield de contacten met de kleuterschool en het college. De bedoeling was om dagelijks een verslag te maken en door te sturen, maar hiervoor ontbrak niet alleen de internetmogelijkheid, maar vooral ook de tijd. De dagen waren lang en de nachten kort. Het regenseizoen zorgde voor weinig of geen afkoeling: alleen vochtige, hete nachten, niet bevorderlijk voor slechte slapers. Ik haal echt de eerste prijs bij de slechtste slapers!

Bovendien onderhouden Francesca en ik de afspraken, communicatie, ….. met directie van het ziekenhuis en de artsen. Iedere missie worden verbeteringen besproken, aangebracht en gaan we telkens vooruit. We brachten een heel gedetailleerd bezoek aan het ziekenhuis, van voor naar achter en van links naar rechts. Alles wat binnen de normen van de centen en tijd kan gerealiseerd worden om de werking te verbeteren, werd besproken en de planning werd opgemaakt.
Onze voorlaatste dag hebben we een heel goeie vergadering gehad met de betrokken partijen en degelijke afspraken gemaakt. We onderhouden nu zeer nauw contact via mail, krijgen van de aanpassingen foto’s toegestuurd, zodat we kunnen opvolgen wat we afgesproken hebben. Dokter Eugène is heel communicatief, wat het voor ons een stuk eenvoudiger maakt om alles op te volgen.

Bleekwater, een goedkoop en afdoend ontsmettingsmiddel

Op de valreep konden we nog een toestel bestellen (wat een lange zoektocht vooraf!). Maandag besteld en betaald en donderdag geleverd, met dank aan de punctuele Zwitsers! Net op tijd om in de valies te stoppen: het toestel is compact, neemt weinig plaats in en weegt niet veel. We mogen per persoon slechts 15 kg bagage en 5 kg handbagage meenemen. We nemen dus het absolute minimum aan persoonlijk gerief mee.

Het toestel werkt poepsimpel: het zet pekel om in bleekwater. Dit wordt niet alleen ingezet voor het ontsmetten van muren,vloeren en instrumenten, maar ook voor het gebruik in de wondzorg. Uiteraard heeft iedere functie een andere concentratie. Dit zorgt ervoor dat er heel wat bespaard wordt bij de aankoop van dure ontsmettingsstoffen. Water en zout: goedkoper kan het niet.

Dieu, het jongetje met brandwonden, een verhaal apart

In de ‘bloc opératoire’ gebeurt ook de wondzorg. Toen ik er arriveerde, hoorde ik al van ver een kind huilen en ik versnelde mijn pas. In de wondzorgzaal stond een zevenjarig jongetje hartverscheurend te huilen. Soms kom je op het goeie moment op de goeie plaats, zo voelde het ook. Mijn adem stokte, toen ik het kind zag. Dieu’s lichaam was voor 2/3 verbrand door kokende olie! Hij werd anderhalve maand behandeld in een ‘centre de santé’. Niet te geloven dat hij dit overleefde, wat een sterk ras zijn de Afrikanen! Hij moet immense pijnen gehad hebben (en nog). Op het moment dat ik aankwam, was de verpleegkundige net van plan een kompres los te rukken van de wonde. Het was helemaal ingekleefd op het rauwe vlees! Ik hoef hier geen tekeningetje bij te maken. Niet alleen de aanblik van de wonden was verschrikkelijk, wat me het langst zal bijblijven is de angst in de ogen van het kind, de hulpeloosheid, de pijn. Mijn gemoed schoot vol. Deze jongen werd mijn ‘favorietje, mijn specialleke, mijn….’, het eerste waar je dan aan denkt zijn je kleinkinderen. Met een krop in de keel is het me toch gelukt de verpleging een halt toe te roepen en de wondzorg over te nemen. Erg was ook, voor mijn gevoelige ziel toch, dat ze het jongetje toeriepen dat hij niet mocht huilen! Stel je voor! Terwijl ik dit schrijf, beleef ik het allemaal opnieuw. Ik stelde voor aan mijn collega’s dat ik hen zou opleiden (niet alleen in de wondzorg, ook de menselijke benadering vond ik van zeer groot belang) en vanaf dit moment tot ik terug naar België vertrok, nam ik de verzorging over. Een grote oppervlakte op de rug en de achterkant van het dijbeen vertoonde een volledig open wonde, er waren nog heel wat kleinere plekjes rauw vlees. Dit kan je onmogelijk pijnloos behandelen, ik heb dan ook gevraagd aan Francesca om het kind ’s anderendaags even een korte anesthesie te geven, zodat ik alles deftig kon verzorgen. Dieu is mager, het spuitje Ketalar in zijn billetje deed ook al pijn. Al gauw viel hij versuft in slaap in Francesca’s armen. Ik heb het ventje the good old fashioned way laten weken in een badje van Carrel (Carrel-Dakin oplossing, antiseptisch middel) en dan zijn rugje met een pincet zorgvuldig vrijgemaakt van de harde, dikke korsten. Daarna heb ik de open wonden met vochtige Carrel-kompressen afgedekt en helemaal ingepakt. Vier dagen heb ik hem onder anesthesie verzorgd. De behandeling sloeg aan, we merkten duidelijk het verschil. Uiteindelijk heb ik de wonden 1 week behandeld met vochtige doeken om dan over te stappen op zalf (vergelijkbaar met Flammazine). Vanaf de 5de dag heb ik Dieu verzorgd zonder verdoving. Langzaam maar zeker kreeg hij vertrouwen in ons en wist hij dat hij ‘met zachtheid’ behandeld werd. Ik ging Dieu altijd persoonlijk halen in zijn ziekenkamer. In het begin kwam hij zacht huilend mee, de 2de week was hij vol vertrouwen en kon hij eindelijk zijn mooie glimlach bovenhalen. Mijn kleinzoon had een ‘speeltje op wieltjes’ zelf gemaakt en meegegeven voor een ‘kindje dat het verdient’. Als dat Dieu niet was, weet ik er niets van. De eerste dag dat ik Dieu zag, kreeg ik de tranen in mijn ogen, de laatste dag had ik opnieuw tranen in mijn ogen bij het afscheid… Il me manque!

Ondertussen weten we dat hij het ziekenhuis verlaten heeft. Ik kijk er naar uit om hem bij een volgende missie met zijn volle, blije glimlach terug te zien.

 

Een hart voor Bumba gaat internationaal! Leerlingen voor leerlingen!

‘Een hart voor Bumba’ betekent meer dan hulp aan het ziekenhuis. Een gedreven docente aan het Zeldenrust-Steelantcollege in Terneuzen met een hart voor Congo wist haar collega’s én leerlingen warm te maken om hun steentje bij te dragen. Zij hebben ondertussen al heel wat centen verzameld dankzij allerlei activiteiten en acties. Met dit geld werden studieboeken aangekocht voor de leerlingen van het college in Bumba (Latijn, wiskunde, aardrijkskunde en Frans). Er bestaat nog steeds een stille hoop dat een aantal leerlingen een inleefreis naar Bumba kunnen maken, maar in de huidige politieke toestand is het niet veilig genoeg om door Kinshasa te reizen. Fijn dat ze zich ondanks deze teleurstelling blijven inzetten voor het project.

In de kunsthumaniora Sint-Lucas in Gent ontwierpen de studenten 2 Afrikaanse tekeningen die op een tote bag gedrukt werden. Ze verkochten er, in het kader van de Warmste Week van Stubru eind december, enkele duizenden.

Mooi dat jonge mensen zich ook gratis, belangeloos en voor niets kunnen inzetten voor mensen die het met veel minder moeten doen!